werkbeschrijving
Werkbeschrijving
Voor het maken van een kralentas heb je nodig:
-
garen om te haken of te breien: katoen of gemengd, ongeveer maat 8 of 10
-
heel dunne metalen breinaalden
-
een lange dunne rijgnaald voor kralen
-
kralen in verschillende kleuren, liefst maat 11/0
-
een stukje satijn of voeringstof
-
een beugel om de tas aan te bevestigen
-
spelden, een gewone naald en draad
-
een klein tangetje voor als je een toer gedaan hebt en er blijkt een kraal teveel in te zitten. Dan is het (soms) makkelijker deze door te knippen dan de hele toer opnieuw te doen.
Nadat je het patroon hebt uitgezocht, bekijk je welke kleuren je nodig hebt aan de hand van de kleurenlijst. Handig is om een stickertje met het juiste symbool op je zakje kraaltjes te doen zodat je daar op kunt terugvallen. Dan zoek je garen erbij, je kunt meerdere kleuren gebruiken maar wit of licht crème geeft vaak het mooiste effect.
Voor het rijgen van de kralen leg je op het patroon een liniaal onder de toer die je wilt doen en neem je er een potlood bij om de toer die je al gedaan hebt aan de zijkant te kunnen markeren. Je begint altijd van boven naar beneden te rijgen en van links naar rechts. Doordat je op deze manier rijgt zie je het patroon in de tas wel in spiegelbeeld ontstaan (behalve het ontwerp met de Friese vlag, want dat heb ik al omgekeerd). Tel de geregen toer wel altijd na: niets is zo vervelend om er tijdens het breien achter te komen dat je een fout gemaakt hebt. Steek in de dunne rijgnaald een normaal dun draadje waarin je je breigaren weer steekt, zodat de doorgang voor de kraaltjes kleiner blijft. Als je alle toeren geregen hebt kun je beginnen met breien, neem een klein doosje of iets dergelijks om de bol met de kralenketting erin te leggen zodat je kralenketting niet zo snel in de knoop komt. De meeste patronen lopen taps toe, dus je begint met minder steken dan je eindigt. Zet altijd een steek meer op dan je kralen hebt.
Na de opzettoer brei je eerst twee toeren zonder kralen, dan begin je met de eerste kralentoer, daarna een toer zonder kralen omdat je maar aan een kant de kralen krijgt. Je begint te breien met een steek en dan schuif je er een kraal tussen, zo ga je door en eindig je met een steek. Indien nodig meerder je in elke toer zonder kralen aan het begin en het eind totdat je het totaal gewenste steken hebt. Zo brei je het pand van de tas verder af en na de laatste toer brei je drie toeren zonder kralen en dan de afhechtingstoer. Op dezelfde manier brei je het tweede pand en zet je ze aan elkaar.
Je legt de twee panden met de kralenkanten op elkaar en naait ze dicht met hetzelfde garen als waarmee je hebt gebreid. Houd daarbij rekening met de lengte van de zijkanten van de beugel. Dan maak je de binnenvoering. Je knipt uit een stuk voeringstof twee keer de lengte van een pand. Neem zowel in de breedte als in de lengte wat extra voor de zomen. Leg de mooiste kant onder en zoom het rondom af. Dan vouw je het dubbel, het middelste, dichte stuk wordt de bodem van je tas. Houd er rekening mee dat de mooie kant binnen zit. Dan naai je de zijkanten dicht, weer rekening houdend met de lengte van de zijkanten van de beugel. Nu zet je de voering in de tas die je met de kralenkant naar buiten hebt gekeerd en naai je de voering aan de tas.
Nu zet je de tas vast aan de beugel. Als je wilt kun je nog een sierrand maken onder aan de tas. Traditioneel werd dit gedaan door er kralenlusjes aan te naaien.